Het individu versus de groep bij Franz Kafka

In literatuur speelt zowel het narratief van het individuele personage als dat van de groep een rol. Misschien lijken dat twee verschillende zaken, maar vaak zijn ze met elkaar vermengd. Zo ook in de novelle De gedaanteverwisseling van Franz Kafka. De narratieven die het hoofdpersonage Gregor erop na houdt, lijken exclusief van hem te zijn, maar als je er wat beter naar kijkt, blijkt dat toch niet het geval.

Hoe bij Kafka het narratief van de groep en dat van het individu zich vermengen (1)

Als Gregor wakker wordt en in een ondier blijkt veranderd, vraagt hij zich vooral af hoe hij in deze omstandigheden op het werk moet komen. De absurde gedachte dat er ook voor een ondier niets belangrijker is dan naar kantoor te gaan, is van hemzelf, maar is toch ook ingegeven door een buitenwereld die van hem verlangt een stipte werknemer te zijn. Lees maar hoe er op hem wordt ingepraat om op het werk te verschijnen, hoe hem dit narratief wordt opgedrongen.

Allereerst is daar zijn moeder:

‘Gregor,’ werd er geroepen – het was zijn moeder – ‘het is al kwart voor zeven. Moest je niet weg?’

— Franz Kafka, De gedaanteverwisseling

Zijn moeder wordt al snel gevolgd door zijn vader en zijn zus:

(…) en meteen klopte aan de ene zijdeur zijn vader al, zachtjes maar met zijn vuist. ‘Gregor, Gregor’ riep hij, ‘wat is er aan de hand?’ En even later maande hij nog eens met zwaardere stem: ‘Gregor! Gregor!’ Maar achter de andere zijdeur klaagde zijn zuster zachtjes: ‘Gregor? Voel je je niet goed? Heb je iets nodig?’

— Franz Kafka, De gedaanteverwisseling

En dan meldt ook het werk zich:

‘Gregor,’ zei nu zijn vader uit de zijkamer links, ‘meneer de procuratiehouder is hier om te vragen waarom je niet met de vroege trein weggegaan bent. Wij weten niet wat wij tegen hem moeten zeggen. Overigens wil hij ook met jou persoonlijk spreken. Doe dus alsjeblieft de deur open. Hij zal wel zo goed zijn de wanorde in je kamer door de vingers te zien.’ ‘Goedemorgen, meneer Samsa,’ riep de procuratiehouder er vriendelijk tussendoor.

— Franz Kafka, De gedaanteverwisseling

Kortom, zowel het gezin als het werk is erop gebrand dat Gregor naar kantoor gaat. En Gregor gaat in dat narratief mee, zoals hij er altijd in is meegegaan.

Innerlijk conflict Gregor Samsa (1)

Zoals we zojuist hebben gezien, moet Gregor van de buitenwereld en van zichzelf naar het werk gaan, maar is dat onmogelijk omdat hij in een ondier is veranderd. Om aan zijn eigen verwachtingen en die van de anderen te voldoen, doet Gregor of er niets aan de hand is:

‘Zo,’ zei Gregor, zich er heel goed van bewust dat hij de enige was die zijn kalmte bewaard had, ‘ik ga mij meteen aankleden, mijn collectie inpakken en vertrekken. Willen jullie, willen jullie mij laten vertrekken?

— Franz Kafka, De gedaanteverwisseling

En zie daar een innerlijk conflict: Gregor mag van zichzelf niet zijn wie hij daadwerkelijk is. Om uit dit innerlijk conflict te ontsnappen, ontkent hij wie hij is.

Hoe bij Kafka het narratief van de groep en dat van het individu zich vermengen (2)

Het eerste hoofdstuk bestrijkt de dag waarop Gregor zijn metamorfose heeft ondergaan. De rest van de novelle gaat erover hoe Gregor en het gezin daarna verder moeten leven.

Na die eerste dag probeert Gregor voor zijn familieleden onzichtbaar te zijn. Het narratief van Gregor is dat hij de overige familieleden het leed wil besparen dat ze hem zien; het narratief van de gezinsleden is dat ze hem in zijn nieuwe gedaante niet willen zien. Het narratief van de groep en dat het individu zijn op die manier nauwelijks van elkaar te onderscheiden.

Lees maar hoe Gregor zich voor zijn zus verbergt:

Hij maakte daaruit op dat zijn aanblik voor haar nog steeds ondraaglijk was en in de toekomst ook ondraaglijk voor haar zou blijven, en dat ze zichzelf werkelijk geweld aan moest doen om niet weg te rennen bij de aanblik van zelfs maar het kleine deel van zijn lijf dat onder de canapé uitstak. Om haar ook deze aanblik te besparen droeg hij op een dag het beddenlaken op zijn rug naar de canapé–voor dat karwei had hij vier uur nodig–en schikte het zo dat hij nu helemaal bedekt was en dat zijn zuster zelfs als ze bukte hem niet kon zien.

— Franz Kafka, De gedaanteverwisseling

Maar onzichtbaar zijn blijkt op den duur niet meer genoeg. Zowel het gezin als Gregor zelf wil op den duur niet alleen dat hij onzichtbaar is, maar dat hij er helemaal niet meer is. Uiteindelijk leidt dit narratief tot de dood van Gregor:

Aan zijn familie dacht hij ontroerd en met liefde terug. Zijn overtuiging dat hij moest verdwijnen was zo mogelijk nog stelliger dan die van zijn zuster. In deze toestand van leeg en vredig nadenken bleef hij liggen tot de torenklok het derde uur van de ochtend sloeg. Dat het buiten voor het raam overal lichter begon te worden, drong nog tot hem door. Toen zakte zijn kop buiten zijn wil helemaal omlaag en uit zijn neusgaten stroomde zwak zijn laatste adem naar buiten.

— Franz Kafka, De gedaanteverwisseling

Innerlijk conflict Gregor Samsa (2)

Het eerste innerlijke conflict was dat Gregor van de buitenwereld en zichzelf niet mocht zijn wie hij was (een narratief met een identiteitsconflict). Het tweede innerlijke conflict doet daar een schep bovenop: Gregor mag er van de buitenwereld en zichzelf sowieso niet meer zijn (een narratief met een zijnsconflict). Maar hij is er wel. De enige uitweg om uit dit innerlijk conflict te raken is om er daadwerkelijk niet meer te zijn.

Opvallend bij zowel het eerste als het tweede conflict is dat het ook bij een uiterlijk conflict had kunnen blijven. In het eerste conflict waarbij de buitenwereld niet wil dat Gregor is wie hij is, had Gregor kunnen zeggen: maar ik ben wel wie ik ben! Dan was het niet een innerlijk conflict geworden, maar was het iets tussen hem en de buitenwereld gebleven.

Ook bij het tweede conflict speelt dat een rol. Ook hier had het een conflict tussen de buitenwereld en Gregor kunnen blijven. Als het gezin zegt: we willen niet dat je bestaat, had Gregor kunnen zeggen: maar ik besta wel! Maar in plaats daarvan maakt hij ook hier een innerlijk conflict van: hij bestaat, maar hij wil niet bestaan.

Overeenkomst tussen Kafka en Lispector: vermenging van de groep en het individu

Waar het gaat om het overnemen van het narratief van de groep door het individu, komt de novelle van Kafka overeen met het korte verhaal van Lispector: dat wat de groep voorschrijft, wordt verinnerlijkt door het hoofdpersonage.

In het verhaal De navolging van de roos van Lispector moet Laura een vrouw zijn op de manier zoals de buitenwereld dat voorschrijft, anders is ze gestoord. Laura heeft dat verinnerlijkt en wordt daarmee de drager van dat narratief (zie dit essay over Laura’s narratief).

In De gedaanteverwisseling van Kafka moet Gregor zijn zoals de buitenwereld hem voorschrijft: hij moet een goede werknemer zijn anders kan hij maar beter dood zijn. Gregor verinnerlijkt dat en wordt de drager van dat narratief.

Door Ton Rozeman

Writer and teacher creative writing. Published three short story collections and a novel, and a book on writing short stories. Teaches in Amsterdam.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *