Het groepsnarratief leidt tot Gregor Samsa’s dood

Gregor moet naar kantoor gaan, maar dat is onmogelijk omdat hij in een ondier is veranderd. Om aan zijn eigen verwachtingen en die van de anderen te voldoen, doet hij of er niets aan de hand is.

Dit bezorgt hem een innerlijk conflict: hij mag niet alleen van de buitenwereld maar ook van zichzelf niet zijn wie hij is. Hij had kunnen zeggen: maar ik ben wel wie ik ben en ik kan niet naar het werk! Dan was het geen innerlijk conflict geworden, maar was het iets tussen hem en de buitenwereld gebleven.

Een tweede innerlijk conflict doet daar een schep bovenop: Gregor mag er van de groep en zichzelf sowieso niet meer zijn. Maar hij is er wel. Ook hier had het een conflict tussen de groep en Gregor kunnen blijven. Hij had kunnen zeggen: maar ik besta wel! Maar in plaats daarvan maakt hij ook hier een innerlijk conflict van: hij bestaat, maar hij wil niet bestaan. Hij heeft het groepsnarratief verinnerlijkt.

Uiteindelijk leidt deze verinnerlijking tot zijn dood:

Aan zijn familie dacht hij ontroerd en met liefde terug. Zijn overtuiging dat hij moest verdwijnen was zo mogelijk nog stelliger dan die van zijn zuster. In deze toestand van leeg en vredig nadenken bleef hij liggen tot de torenklok het derde uur van de ochtend sloeg. Dat het buiten voor het raam overal lichter begon te worden, drong nog tot hem door. Toen zakte zijn kop buiten zijn wil helemaal omlaag en uit zijn neusgaten stroomde zwak zijn laatste adem naar buiten.

— Franz Kafka, De gedaanteverwisseling

Door Ton Rozeman

Writer and teacher creative writing. Published three short story collections and a novel, and a book on writing short stories. Teaches in Amsterdam.